ajax loader

Kamperzand en De Ketel

De botvisserij werd in Elburg hoofdzakelijk op twee manieren beoefend, namelijk met staande netten (ziënetten) en sleep­netten. In tegenstelling tot haring en ansjovis bleef bot het gehele jaar in de Zuiderzee. In de wintermaanden kroop de bot diep in de modder. Afhankelijk van de weersomstandigheden begonnen de “ziënet­ters” meestal in maart hun netten uit te schieten. Half okto­ber liep de botvisserij meestal ten einde. De botnetten werden gewoonlijk vrij kort bij de wal tegen een zandrug uitgezet. De meest geschikte plaatsen waren het Kamperzand en de zandruggen benoorden de Ketel (in de buurt van Vollenhove, Blokzijl en Blankenham). De staande botnet­ten waren van zijde gemaakt en werden voorna­melijk door de Elburger vissers in de wintermaanden gebreid. Rondom de eeuwwisseling waren er tamelijk veel “ziënetters” in Elburg.

Naast de visserij met staande netten werd er door de Elburgers ook bot gevangen met sleepnetten. Het “botsleupen” vond ge­woonlijk plaats in de late zomer of het najaar. Afhankelijk van de wind trok iedere schuit enkele netten door de modder. Op de netten zat voldoende lood en geen kurk waardoor de netten onder water bleven. De bothoekwantvisserij werd in Elburg nauwelijks beoe­fend. Slechts drie bedrijfjes (EB 17, EB 19 en EB 24) visten in het najaar wel eens met bothoekwant. Dit want bestond uit een lange lijn met tweehonderd korte snoeren (voorzien van haakjes), die ongeveer 50 centimeter uit elkaar stonden. De haken werden vaak met ge­kookte garnalen geaasd.