ajax loader

Het is een zomerse zaterdagmiddag. De deur van het kleine houten gebouwtje aan de haven staat open en de Elburger vlag wappert vrolijk in de wind. Een paar mensen wandelen de Visafslag binnen. Ze kijken geïnteresseerd om zich heen en bekijken de spullen, die op de grond staan of aan de muur hangen.

Binnen staat suppoost Jacob Kroese. Hij wacht op zijn maat, die hem vanmiddag zou vergezellen. Tot die tijd kan hij het prima alleen aan, want het is niet erg druk. Jacob is al twee jaar suppoost van de Visafslag. Deze zomer staat hij zo’n 2 à 3 keer ingeroosterd. Hij vertelt dat hij wel suppoostdiensten heeft gedaan samen met Steven Jansen: een echte Elburger, uit een echte vissersfamilie. ‘Steven weet heel veel van het visserijverleden’, zegt Jacob. ‘Ik kom zelf uit een familie met een agrarische achtergrond.’

Terwijl ik wat foto’s maak in de Visafslag, raakt Jacob met een bezoeker in gesprek over de spieringvisserij, die vroeger vaak ’s winters plaatsvond op en onder het ijs. De verschillende soorten netten die in het kleine museum aanwezig zijn, tonen hoe divers de vis was, waarop gevist werd. Intussen wandelt een jongen samen met zijn moeder binnen. Samen bekijken ze in sneltreinvaart de objecten die tentoongesteld worden, om vervolgens weer naar buiten te gaan.

Zelf raak ik verzeild in het keukentje van het kleine museum. Er hangt een interessante kaart van de voormalige Zuiderzee, met daarop de dieptes en de ondergronden: superbelangrijk voor de vissers om te weten waar je wel en niet moest varen. Sommige namen op de kaart herken ik: ‘De Hoop’ was het watergebied voor ‘Hoophuizen’ aan de kust bij Nunspeet; ‘Het Spijk’ was het watergebied tussen Doornspijk en Elburg.

‘Komt het weleens voor dat je hele grote groepen mensen in de Visafslag ontvangt?’ vraag ik Jacob. Hij knikt en vertelt dat het inderdaad weleens voorkomt. ‘Met z’n tweeën kun je dat prima af’, verzekert hij mij. ‘Maar nu de parkeerplaats is verplaatst naar de overkant (De Oude Vos), ligt de Visafslag niet meer op de route, waarlangs toeristen de stad ingaan’, zegt Jacob. ‘Zo lopen we wel bezoekers mis, dus misschien moeten we daar nog eens iets op verzinnen.’