ajax loader

In 1963 kwam ik bij de toenmalige gemeente Elburg werken. Elburg was toen nog een klein stadje met ongeveer 3000 inwoners. Ik werkte met ongeveer 35 collega’s: 15 op het stadhuis en 20 in de buitendienst. Tot die collega’s behoorde ook Jan van Triest, de gemeentebode en Hannes aan ’t Goor, de havenmeester. Beiden waren ooit de ‘regelaars’ van de Visafslag, die in 1958 werd opgeheven.

Het was o.a. mijn taak om de Zuiderzeesteunwet eenmaal per maand uit te keren. Die wet verstrekte een toelage aan vissers, die hun werkzaamheden vanwege de drooglegging van de Zuiderzee vrijwillig hadden beëindigd. Het was een soort van uitkering, die veel lager bleek te zijn dan aanvankelijk was voorgespiegeld: men kreeg f 10,- per week. Veel vissers hadden ander werk gezocht, maar dat viel voor sommigen erg tegen. Velen verlangden terug naar het vrije vissersbestaan.

De Visafslag werd in 1958 opgeheven, maar in 1987 kwam hij terug. Enkele jaren daarvoor was ook de Botterstichting opgericht. Tal van activiteiten van beide organisaties liggen in elkaars verlengde. Een van de mannen van de Visafslag van het eerste uur was (naast de inzet van de oudheidkundige vereniging Arent thoe Boecop) Luurt Schuijn, een alom bekende Elburger. Hij was betrokken bij veel activiteiten en instellingen in Elburg. De 88-jarige Luurt woont nu in een verzorgingshuis, maar voelt zich nog steeds betrokken bij het wel en wee van Elburg en zijn historie. Hij verstrekte mij het krantenknipsel van de 75.000ste en 75.001ste bezoeker, die door hem in de bloemetjes werden gezet.

Bij de Visafslag ben ik al vele jaren gids, evenals bij de Botterstichting. Als gids vertel ik bezoekers, die apart een afspraak hebben gemaakt of tijdens de reguliere openstelling, de geschiedenis van Visafslag en hoe dat vroeger toeging. Als er groepen zijn, vertel ik een verhaal dat is afgestemd op de bezoekende groep en demonstreer ik o.a. het afmijntoestel. Als een  Psalmzangvereniging tijdens hun jaarlijks uitje de Visafslag aandoet, horen ze wat anders van mij, dan een internationaal gezelschap studenten die verplicht cultuur moet snuiven.

Ook toen een groep van zo’n 20 bewoners van een verpleeghuis eens op bezoek kwam, ging het weer anders. Ze werden met busjes gebracht, en ik kreeg de boodschap mee: er zijn ook vrijwilligers, dus red je er maar mee. Dat lukte wonderwel. Nadat ik me had voorgesteld en had gezegd: “Ik ben Wim Hogenkamp, woon al lang in Elburg, ben getrouwd, heb 2 dochters en 5 kleinkinderen”, meldde een mevrouw, en zei: “Ik kom van de Zandweg (Oosterwolde), heb 6 kinderen en 24 kleinkinderen.” Het ijs was gebroken, en er volgde nog veel meer: we kwamen tijd tekort.

Als er een club gemeentebestuurders komt, horen ze een stukje Elburger geschiedenis van me en hoe Elburg met haar culturele erfgoed omgaat. Met individuele personen ga ik persoonlijker om. Je krijgt dan soms mooie ontmoetingen met tot dan toe onbekende familieleden of andere bekenden. Afgelopen jaar waren er gezinnen met kinderen, die binnenliepen, nadat ze de replica van de Ark van Noach hadden bezocht, en erachter kwamen dat de Visafslag gratis was.

Gezinnen vinden het afmijntoestel vaak super interessant. Ik vertel dan hoe het vroeger ging met het afslaan. In mijn rol maak ik dan een van de kinderen ‘jarig’, die dan zogenaamde lekkernijen mag kopen in de Visafslag (waar alles ‘te koop is’), maar het kind mocht niet meer uitgeven dan een bepaald bedrag, de rest moest dan van hun eigen zakgeld. De afmijnklok is dan weer werking zoals het  vroeger bedoeld was voor de vissers, die ook met een bepaald bedrag moesten zien rond te komen. Als je dan ziet hoe fanatiek kinderen en hun ouders zijn, is een lust voor het oog.

Er komen ook weleens deskundigen binnen. Zo was er eens een groep betrokkenen uit Bunschoten/Spakenburg, die graag wilde horen over de botters, de Botterwerf en wat wij wisten van de omzet van de visafslag indertijd. Ik had toevallig verteld dat 1947 het topjaar van de afslag was, met een omzet van f 1,300.000,- Dat er weleens hele slechte jaren waren, wisten zij ook vanuit de geschiedenis van hun eigen woonplaats aan de voormalige Zuiderzee. Ook komen er weleens groepen scholieren. Dat is soms erg ingewikkeld, helemaal als de belangstelling beperkt is. Ze komen immers niet uit zichzelf, maar omdat ze moeten voor school.

Ik heb eens een groep uit Urk gehad, met een enthousiaste leerkracht, die van tevoren het bezoek had voorbereid. Dat was geweldig! Hetzelfde geldt voor de Botterwerf. Vorig jaar (2017) bestormde eens een groep jeugd (12-15 jaar) de Visafslag. Allen waren bewapend met smartphone, tot verbazing van andere aanwezige bezoekers. Na hun welkom te hebben geheten, vertelden ze dat Pokémon in de Visafslag was (Pokémon Go was toen een hype). De jongeren hebben toen verteld wat Pokémon was. Zo hoor je nog eens wat!

Ik ben een import-Elburger, afkomstig uit het Land van Maas en Waal. Toch weet ik intussen heel wat van Elburg, van de historie en van de Visafslag. Ik ben er een van velen, want zo zijn er wel meer.

Maar er is één gids, die uit eigen ervaring kan vertellen hoe het vroeger was, wat je meemaakte en wat je moest doen: Steven Jansen kan met hart en ziel, als nakomeling uit een vissersgeslacht, exact vertellen hoe het vroeger toeging. Dat is echt geweldig om te horen. De Visafslag is net een klein bedrijfje. Ik ben altijd weer verbaasd over de stille werkers, die schoonmaken, schilderen en andere taken doen, zoals Jacob Boersma, Willem van Norel, Steven Jansen, Wim van Triest en anderen. Tot slot kan ik vertellen dat ik echt geniet van mijn taak bij de Visafslag. De talrijke persoonlijke gesprekken en ontboezemingen die ik soms te horen krijg, zijn daar mede de oorzaak van.

Tekst: Wim Hogenkamp – Foto’s: Annet Land