ajax loader

Op 1 augustus 2019 draait Minze de Vries zijn dienst als suppoost. Hij vertelt aan toeristen die geïnteresseerd binnenlopen over de afmijnklok en de visserijgeschiedenis van Elburg, en speelt in op de verhalen die de toeristen zelf vertellen. Tussen de bedrijven door deelt hij zijn verhaal met mij in de veilingbank, en stapt makkelijk over van interviewmodus naar suppoostenmodus als toeristen binnenlopen en hen spontaan trakteert op een leuke geschiedenisles.

‘Er zijn verschillende suppoosten in de Visafslag die veel van de visserij weten. Gerjan Ruijter, een van de jongste suppoosten, komt uit een visserijgeslacht. Hij weet veel te vertellen. Willem van Norel is natuurlijk de grote motor achter het geheel als initiatiefnemer.

Wij draaien onze suppoostdiensten met plezier. Alleen in de zomer zijn wij open. Als je op hoogtijdagen open wilt zijn, zul je vrijwilligers moeten vinden die op dagen zoals Pinksteren wel willen draaien. Daarnaast is open zijn buiten het seizoen ook weersafhankelijk.

Met de aanleg van de nieuwe Loswal is de Visafslag veel meer in het zicht gekomen. We hebben meer aanloop dan vroeger. Als mensen binnenkomen, vraag ik ze of ze de betekenis van ‘afslag’ in het woord ‘Visafslag’ ook kennen. Daarna vertel ik over de visserij, hoe het ging op het water en aan de wal.

Elburg is uniek en wordt zwaar gesubsidieerd. De provincie geeft, ondanks dat Elburg al veel geld heeft gehad, keer op keer nieuwe subsidies. Ook voor het herstel van de EB15 is er weer geld binnengehaald, omdat Elburgers het waarmaken. Dat zegt iets over de mentaliteit. Een gedeputeerde van de provincie, die met regelmaat aanwezig is bij de werkgroep voor het leer-werktraject op de botterwerf, zegt dat Elburg een voorbeeld is voor de rest van Nederland. Een mooi compliment!

Het oude stadje heeft sfeer en de hoogste monumentale dichtheid per vierkante meter. Toch zijn er geen vissers meer zoals dat vroeger was. Nu zijn er alleen nog nazaten van de vissers van vroeger. Steven Jansen is zo’n nazaat, die ook nog eens prachtig kan vertellen. Ik heb een paar keer samen met hem onze suppoostendienst gedraaid, dat was hartstikke leuk.

Het woordje ‘afslag’ zegt het al: het gaat van hoog naar laag. Toen er nog met de mond werd afgeslagen zonder klok, riepen de viskopers ‘mijn’. Dat liep soms uit op chaos. De veilingklok bepaalde de prijs later op meer geordende wijze. Op elke veiling, dus ook hier in de visafslag, werd de koopwaar getoond. De vis ging dan hier in de zinken bak, waarop de kopers dan hun bod uitbrachten. De vis werd vroeger door venters met paard en wagen, en ook wel met de hondenkar, uitgevent. Vis werd vroeger ook wel rechtstreeks vanaf de boot gekocht.

Vissers waren dagenlang van huis. De vissers (kuilvissers) vertrokken op zondagavond klokslag twaalf uur. Ze bleven dan weg tot dinsdagmorgen. Nadat ze de vangst hadden gelost aan de visafslag, gingen ze naar huis om te slapen. Omstreeks vier uur in de middag vertrokken ze weer naar zee en bleven weg tot donderdagmorgen. Na het lossen van de vis gingen ze opnieuw thuis slapen. Op donderdagmiddag omstreeks vier vertrokken ze weer vanuit de Elburger haven. De vissers keerden op zaterdagmorgen terug. Na het lossen van de vis aan de visafslag moest de schuit dan nog schoongemaakt worden. Het was bikkelen. Boten en ook reparaties werden tot op de laatste cent afbetaald.

Visserszonen gingen al op jonge leeftijd mee. Weer of geen weer, je ging mee naar zee. Op het water kon zo’n jongen prima met de botter overweg. De gevangen vis ging in de bun. Alle platbodems hadden een dubbele bodem, omdat de vissen onderweg in leven moesten blijven. Het binnenhalen van de vis ging met netten via de achterkant van de botter. Er werd gevist met verschillende soorten netten.’