ajax loader

Normaal gesproken komen we elkaar niet zo snel tegen, maar vandaag liep het anders. Bij het winkelcentrum reed ik hem bijna aan, toen ik vliegensvlug nog enkele boodschappen wilde doen voordat ik naar de Visafslag zou gaan. In een flits van herkenning kon ik hem ontwijken toen hij ineens voor mijn fiets opdook. Dat dit flitsende aspect die middag zou terugkomen, bleek al snel tijdens het afnemen van het geplande interview: het verliep allemaal als een trein.

Philip Docter

Bij de Visafslag ontmoeten we elkaar voor de tweede maal die middag, ditmaal zonder haastige spoed. Vanwege het warme weer besluiten we om buiten in de schaduw te gaan zitten, op de houten bank achter het kleine museum. We kijken over het kabbelende water en babbelen wat. Naast mij zit Philip Docter (78 jaar), een geboren en getogen Elburger, en zoon van de eveneens geboren en getogen Elburgers Johannes Docter en Aaltje Vos. Philip is vernoemd naar zijn grootvader aan vaders kant: naamgenoot Philip Docter (bijnaam ‘Dovelip’). Philip is getrouwd met de Elburgse Marina Zwart, dochter van Jacob Zwart en Anna Hulst. Na een kleine warming-up steekt Docter van wal en komt hij goed op dreef. Enthousiast doet hij zijn verhaal.

Arent thoe Boecop

In de tijd dat Docter bij de ING-bank op ’t Harde werkt, en vanwege zijn werk daar ook woont, krijgt hij bezoek van Freek Broekhuizen, oud-bestuurslid van de oudheidkundige vereniging in Elburg. De drijfveren achter deze ontmoeting komen al gauw aan het oppervlak: het bestuur van Arent thoe Boecop heeft een penningmeester nodig en Docter lijkt hem daarvoor geschikt. Als Docter die week met Broekhuizen meegaat naar een vergadering van de oudheidkundige vereniging, blijkt zijn rol daar al bekend en komt Docter die avond thuis als nieuwe penningmeester van de vereniging.

Visafslag

Na vele jaren van trouwe dienst als penningmeester bij de oudheidkundige vereniging neemt Docter afscheid van het bestuur van Arent thoe Boecop en stapt over naar de Visafslag, waar hij zich beschikbaar stelt als suppoost. Ook daar is hij als een vis in het water, omdat Docter zich altijd al erg betrokken heeft gevoeld bij het veilen van rode poon tijdens de Botterdagen. Nadat hij als suppoost bij de Visafslag is ingestapt, komt er na verloop van tijd een plekje vrij binnen het bestuur van de werkgroep. Daar neemt hij het stokje over van penningmeester Steven Jansen, die ermee wil stoppen.

Familieaangelegenheid

Bij Docter thuis blijkt de Visafslag regelmatig onderwerp van gesprek. Op verjaardagen wordt er vaak over de Visafslag gesproken. Docters zwager Jacob Boersma is voorzitter, zijn broer Reijer is suppoost, evenals de zwagers Arend Junte en Jan Kroese.

Contrast vroeger en nu

De Visafslag hoort bij het visserijverleden van Elburg, maar de tijden zijn veranderd. Docter vindt het belangrijk dat mensen van nu beseffen dat ze in grote welvaart leven ten opzichte van vroeger. Ter illustratie vertelt hij over zijn moeder Aaltje Docter-Vos, afkomstig uit een vissersfamilie, en hoe het er vroeger bij haar thuis aan toe ging. Docters opa, Reijer Vos, is op 48-jarige leeftijd in 1919 overleden toen Docters moeder nog maar twee jaar oud was. Nadat zij achterbleef met haar moeder, terwijl andere zussen al getrouwd en dus de deur uit waren, moest zij op 11-jarige leeftijd al aan het werk. Ook nu nog vraagt Docter zich weleens hardop af: ‘Wat moet dat voor leven geweest zijn, als je op 11-jarige leeftijd aan het werk moest en een gulden per week verdiende, die je thuis moest afdragen? Hoe moet het voor mijn moeder geweest zijn om geen vader meer te hebben, en zo zuinig mogelijk te leven om in die tijd overeind te blijven?’ Een groter contrast met nu is haast ondenkbaar.

Herbouw Visafslag

Het is goed om verhalen van vroeger niet te vergeten. Mensen gedijen immers op een basis, die in het verleden is gelegd. Terwijl we heerlijk op het bankje aan de havenkade zitten, haalt Docter herinneringen op aan het midden van de jaren tachtig, toen de Visafslag aan de haven van Elburg is teruggeplaatst. De oude Visafslag stond in de eerste helft van de vorige eeuw aan de overkant, achter de scheepshelling van de huidige botterwerf. Docter ziet het nog zo voor zich, dat vissers hun vangsten naar de Visafslag brachten. Toen de ringdijk werd aangelegd en de Zuiderzee was drooggelegd, had ook de Visafslag zijn beste tijd gehad en werd afgebroken. Toen in de jaren tachtig bekend werd dat de Visafslag weer opgebouwd zou worden aan de haven, heeft Docter dat plan altijd een warm hart toegedragen: de Visafslag hoort bij de haven van Elburg.

Verhalen van vroeger

‘Iesveugeltjen, mijn oom (Hannes aan ’t Goor van de EB 36), was ook visserman. Als hij dan op zaterdagochtend terugkwam van het palingvissen, mocht ik met een schepnet paling uit de bun halen. Als de aanvoer van paling groot was, konden de vishandelaren het goedkoop inslaan. De paling ging dan levend in de zogenaamde ‘karen’, die in de Poepenkolk lagen. Daar werd de paling dan voorlopig in bewaard. Nadat de visserij eind jaren vijftig ten einde kwam, heerste er een grafstemming aan de haven: er was niks meer te beleven, terwijl het er anders altijd zo bedrijvig was.

 

Herinneringen

Ik denk er nog weleens met heimwee aan terug. In die tijd was alles veel gemoedelijker, iedereen kende iedereen. Elburg had toen nog geen 4000 inwoners. Je leefde heel beschermd tussen de wallen van de stad. Verder was er ook niks, maar ik verveelde me nooit. Als ik een vishengel wilde hebben, dan kreeg ik een stuiver van mijn moeder, waarmee ik een wilgenteen kon kopen, die ik als hengel kon gebruiken. Ik moest maar zien hoe ik aan een snoer kon komen. Bij ‘Iesveugeltjen’ was ik altijd welkom. Hij had voor mij wel spullen en advies, zodat ik een hengel kon maken.

Andere tijden

Toch wil ik het verleden niet mooier maken dan hoe het was. In de oorlog hebben we nooit honger geleden, maar we moesten wel met minder toe. Als onze klompen versleten waren, dan maakte mijn vader er eerst een nieuw zooltje onder van een stukje autoband, zodat we er weer even mee vooruit konden. Mijn vader was tuinder. Hij verbouwde graan, maar ook tabak. De tabaksbladeren werden bij ons op zolder te drogen gehangen. Er werd clandestien geslacht, en in natura werden er producten verhandeld en geruild. Zo hadden we het naar omstandigheden goed.

Intrede van de luxe

Tijdens de Bevrijding na de Tweede Wereldoorlog maakte ik via de Canadezen kennis met producten als thee, wittebrood en chocolade. Na de oorlog trok de economie weer aan. Mijn ouders gingen meer verdienen, zodat er onder andere meer kleding gekocht kon worden. Toen we in het Rooie Dorp (Molendorp) gingen wonen, kregen we allemaal een eigen slaapkamer; dat was voor die tijd heel bijzonder. Omdat mijn moeder een zwakke gezondheid had, gaf mijn vader haar eens een stofzuiger cadeau. Mijn moeder vond dat toen erg overdadig, terwijl je nu om zoiets zou lachen.

Keerzijde van de welvaart

Toch vraag ik me weleens af, als ik nu zie hoe we nergens meer moeite voor hoeven doen, of dat wel goed is. Er zit ook een keerzijde aan de welvaartsmedaille. We zullen keuzes moeten maken. Ik gun iedereen z’n welvaart, maar ook wijsheid om daar goed mee om te gaan.’

 

Keuzes maken

Dat het leven bestaat uit keuzes maken, geldt ook voor het bestuur van de Visafslag. Er wordt niet veel vergaderd, maar onderling wordt er wel veel geregeld. Als werkgroep van de oudheidkundige vereniging beslist het bestuur zelf over zaken rondom het onderhoud van de Visafslag. Over een groot project als dat van de renovatie van de haven heeft het bestuur weinig in te brengen bij de gemeente. Toch is het bestuur oprecht blij met het resultaat nu de havenrenovatie achter de rug is. Niet alleen omdat het een prachtig geheel is geworden, maar ook omdat hierdoor de teruglopende bezoekersaantallen weer zullen toenemen nu de rondvaartboot weer voor anker gaat aan de havenkade en de mensen willen flaneren langs de verbrede waterkant.

Jongeren en ouderen

Toch, ondanks dat bezoekersaantallen wellicht zullen toenemen, zal het vrijwilligersaantal van de Visafslag afnemen vanwege toenemende vergrijzing. Het stemt Docter bezorgd hoe de Visafslag haar vrijwilligersbestand op peil kan houden. ‘Hoe kunnen we jongeren betrekken bij de instandhouding van het kleine museum?’ Al hardop denkend, komt de maatschappelijke stage ter sprake. Wellicht dat deze stage voor scholieren van het voortgezet onderwijs nog beter van betekenis kan zijn.

Maatschappelijke stage

Als scholieren via de MaS op tijdelijke basis binnenkomen bij de Visafslag, is er altijd een kleine kans dat ze blijven hangen, zoals ook onze jongste suppoost, Gerjan Ruijter, dat heeft gedaan. Het is de moeite waard om uit te zoeken wat de beste weg is om de Visafslag aantrekkelijk te maken voor een 30-urige maatschappelijke stage. De jeugd heeft dan wel de toekomst, maar zie ze maar eens enthousiast voor de Visafslag te krijgen.

Open vizier

Mijmerend over die toekomst en turend over het water ronden we met dit nieuwe agendapunt ons gesprek af, terwijl we eigenlijk nog lang niet zijn uitgepraat. In gesprek blijven met elkaar om oud en nieuw met elkaar te verbinden, staat hoog op de agenda. Zo treedt de Visafslag en haar bestuur met open vizier de toekomst tegemoet.