ajax loader

Botter EB 65

De Elburgers visten met botters, bonzen en pluten. Walvissers gebruikten in de regel punters. Bij het vissen met kubben werd gewerkt met een kubbeboot, terwijl voor de haring- en ansjovisvisserij met reepnetten een vlet nodig was.
De botter was het meest bekend en aan de Westwal (Enkhuizen, Hoorn) ontwikkeld. Natuurlijk kwamen er plaatselijk verschillen voor in grootte en constructie. Zo werd gesproken over Gooier en Marker botters. In Volendam werden grote botters kwakken genoemd.
In Elburg en Vollenhove (Oostwal) werd daarnaast ook veel gevist met een bons. Deze was breed en plat en lichter gebouwd dan de botter en had bovendien een geringere diepgang. De bons was desondanks een zeewaardig en gemakkelijk te hanteren vaartuig.
De pluut was kleiner dan de botter en herkenbaar aan de rechte voorsteven. Met pluten werd vooral door Harderwijkers en Elburgers gevist.
Vanaf 1881 moesten alle vaartuigen op de boeg en in het zeil duidelijk zichtbaar een letterteken en een nummer hebben. Het letterteken van Elburg was EB.
Omstreeks 1920 was de omvang van de Elburger vloot het grootst. In het visserijregister stonden toen 72 vaartuigen met een EB-nummer ingeschreven.