ajax loader

Daan Balk, de scheepshellingbaas.

Scheepswerven, mandenmakerijen, touwslagerijen, smederijen en zeilmakerijen waren nauw verbonden met de visserij. De scheepswerf van Balk hield zich vooral bezig met het onderhoud en de reparatie van de vissersvaartuigen. Op de touwbaan van de familie Deetman werden de touwen gemaakt voor de netten en de scheppen. De zeilmakerij van Bouwen maakte nieuwe zeilen en repareerde waar nodig de kapotte zeilen. Op de mandenmakerijen van de gebroeders Jan en Thijs Janssen werden aalkubben, botvlechten, garnalenmanden, nestmanden en kostmanden gevlochten. De smederijen van de families Seijbel en De Gunst maakten het scheepsbeslag, het ijzerwerk en onderhielden de kachels (vuurduveltjes) aan boord. Het grootste deel van de vangsten werd door de Elburger vishandelaren opgekocht en verwerkt. De venters probeerden hun koopwaar per hondenkar, kruiwagen of fiets in Elburg en omgeving te slijten. De grotere handelaren vervoerden de vis met paard en wagen (later per vrachtauto) naar hun klanten.

Naast de vissersbedrijfjes waren de zogenaamde nevenbedrijven belangrijk voor de werkgelegenheid en de economische activiteiten in Elburg. De scheepswerf van Balk kwam al in 1799 in handen van de familie. In de 19e eeuw werden er op deze werf nog kleinere vaartuigen (punters en bonzen) gebouwd. Na 1880 hield de werf zich voornamelijk bezig met de restauratie van de vissersschepen.

De touwbaan van de familie Deetman dateert al uit de eerste helft van de 18e eeuw. Veel touwwerk was bestemd voor de visserij. Vast staat dat dit bedrijfje momenteel de oudste nog in werking zijnde touwslagerij in Nederland is.

Aan het begin van de twintigste eeuw waren er in Elburg twee mandenmakerijen. Deze bedrijfjes waren van de gebroeders Jan en Thijs Janssen. Enkele tientallen mandenmakers vonden hier werk. Een belangrijk artikel dat hier gemaakt werd, waren de zogenaamde aalkubben. Deze aalkorfjes werden gemaakt van wilgentenen. De zeilmakerij van de familie Bouwen was actief in Elburg vanaf 1917. Veel Elburger schippers lieten hier de zeilen voor hun schepen maken.

De smederij vormde ook een belangrijk nevenbedrijf. Bekend is dat de smederij van de familie De Gunst (Smedestraat) voor een belangrijk werkzaamheden verrichtte voor de Elburger vissers.

Het tanen (conserveren) van de (katoenen) netten en het verven van de zeilen leverde voor sommige mensen ook een bijverdienste op. Bekende namen in dit geval waren Beert Hooghordel, Marten Westerink én Manus en Bijgje (Bija) Tijdeman.

Handelaar met de hondenkar.

Elburg telde in de eerste helft van de twintigste een aantal visverwerkende bedrijven. Bekende namen waren: Van der Heide, Van Triest, Hulst en Hoeve. De voermannen brachten met paard en wagen de vis naar onder andere Deventer, Dieren, Doesburg en Apeldoorn. Daarnaast waren er in Elburg diverse visventers actief. Ze verkochten de vis op de Noord-Veluwe met behulp van kruiwagen, hondenkar en fiets.