ajax loader

De eerste directeur-keurmeester van de visafslag was Willem Deetman Bzn. Zijn salaris bedroeg 250 gulden per jaar “bene­vens 20 procent van het totaal der geheven rechten met een gegarandeerd minimum van 200 gulden ’s jaars”. Thomas van de Wetering (Toon Tel) werd kort daarna benoemd tot zogenaamd teller-afslager. De vissers waren zeer ingenomen met de visafslag. Het heffingsrecht of keur­geld bedroeg drie procent van de opbrengst van de aang­evoerde vis.

De afmijnklok maakte een einde aan de ruzies tussen kooplieden over wie de eerste ‘mijn’ gezegd zou hebben.

In de eerste drie jaar werd de aangevoerde vis “met de mond” afgeslagen. Vele keren kwam het voor dat er verwarring en onenigheid ontstond tussen de kopers onderling en de teller-afslager over wie het eerst geroepen zou hebben. Dat was de reden dat er in 1919 een elektrisch afmijntoestel in de visaf­slag werd geplaatst. De firma Van der Hoorn en Wouda leverde het afmijntoestel voor 3000 gulden.

Onder een afdakje op het dak van de visafslag was een bel aangebracht, die de kopers en de vissers er op attent maakten dat de verkoop kort daarna zou beginnen. In het jaarverslag van 1917 staat genoteerd dat de bel niet veel klank bezat en bovendien defect raakte. In 1918 plaatste men een nieuwe bel die voldeed aan de eisen. Deze bel woog 15 kilo en kostte 75 gulden.

In 1920 werd de visafslag van een telefoonaansluiting voor­zien. Dat was een grote vooruitgang. Op snelle wijze konden vanaf dat moment handelaren op de hoogte worden gebracht van de aanvoer en de tijdstippen van de veiling. De telefooncel werd tegen de visafslag aangebouwd door de heer Bart Pruis uit Elburg voor de somma van 260 gulden.