ajax loader

Apostel Andreas, beschermheilige van vissers.

Het beroep van visser wordt in de archivalia van Elburg voor het eerst vermeld in 1313. Uit oude documenten blijkt dat een dienstknecht van de machtige ridder Herbert van Putten (bezitter van de landgoederen Old Putten en Nijenbeek) als beroepsvisser werkzaam was. Dat Elburg in de late Middeleeuwen als vissersplaats en vis­markt niet helemaal zonder betekenis is geweest, bewijst het feit dat de hertog van Gelre in 1444 aan Harderwijk het recht van opslag voor vis voor de Zuiderzeekust tussen Muiden en Kampen verleende, waarbij echter voor Elburg een uitzonde­ring werd gemaakt.

Al vanaf de vijftiende eeuw kende Elburg een vissersgilde. De oudste ordonnantie van het Visschersgilde dateert uit 1546. Het gilde werd ook wel aangeduid als Andreasgilde. De heilige Andreas wordt veelal gezien als beschermheilige van de vissers.Bij het Visschersgilde werd in een gildebrief uit 1658 opge­merkt dat lid konden worden ‘een varentman ofte schipper’. In het Gemeente Archief van Elburg bevindt zich het ”Gildeboek van het Visschersgilde, 1658-1798”. Een waardevol document! Het Visschersgilde werd in 1798 opgeheven. In de ledenlijst van het gilde treffen we eind 18e eeuw al bekende vissersgeslachten aan, zoals de families Westerink, Ponstein, Bokhorst en Visscher.