ajax loader

aalbakAan het begin van de twintigste eeuw waren de omstandigheden in de visserij uiterst sober. In 1904 was 24 procent van de bemanning van de vloot afhankelijk van “de bedeling”. Goede en slechte jaren wisselden elkaar af. De jaren tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) waren voor de visserij niet ongunstig. Wegens de heersende vleesschaarste waren de prijzen van de vis redelijk tot goed. Bovendien leverde het laatste oorlogsjaar uitzonderlijk goede vangsten op.  In 1919 bereikte de Elburger vloot haar grootste omvang. Gerrit Leusink (Gart de Luus) werd in dat jaar in het vlootre­gister ingeschreven onder het nummer EB 72. Desondanks vormden de twintiger jaren voor de Elburger visserij magere jaren. Vanwege de heersende bestaansonzeker­heid – in 1918 was de Zuiderzeewet in het parlement aanvaard – verliet een aantal vissers de visserij. Een aantal vertrok naar de Zaanstreek om daar te gaan werken in de industrie. Enkele anderen vonden elders in het land werk, zoals in de textielin­dustrie in Twente of de steenkolenmijnen in Limburg.