ajax loader

Verschillende radio-omroepen hebben onlangs contact gezocht met ons bestuurslid Willem van Norel. Zo was hij woensdag 27 juni te gast in het omroepgebouw van Omroep Gelderland in Arnhem om verhaal te komen doen in het programma Op de Koffie. Radiopresentator Rob Kleijs zou het gesprek – drie onderdelen afgewisseld met muziek – gaan leiden. Die ochtend gaat Van Norel op tijd op pad. Hij is al eerder bij Omroep Gelderland geweest en kent er de weg. Een kwartier voor de afgesproken tijd wordt hij met koffie ontvangen in de ontvangsthal. Een vriendelijke man stelt hem op z’n gemak en vertelt wat hem te wachten staat. Als het tijd is, gaat de man hem voor de trap op en lopen ze via de redactie naar de radioruimte waar Kleijs al achter de microfoon zit.

Anno 2018 is het 100 jaar geleden dat de Zuiderzeewet het startsein was voor ontwikkelingen om de Zuiderzee in etappes te bedwingen. Langzaamaan verrijst er land waar ooit water was. Via de media wordt ook nu – net als toen – de prestigieuze kant van dit immense project belicht; zo is het Koninklijk Huis betrokken bij een vlootschouw, oude stoombaggermolens zijn van stal gehaald, open dagen kunnen worden bezocht, excursies en rondvaarten kunnen worden gemaakt, waarbij alles in het teken staat van het toenmalige grootste waterbouwkundige project uit die tijd: de totstandkoming van de Afsluitdijk en de IJsselmeerpolders. Voor de agrarische sector breekt vanaf dat moment een gouden tijd aan, maar voor de vissermannen uit de plaatsjes aan de Zuiderzee pakt het anders uit. Voor hen voelt het alsof de overheid hun werkgebied afpakt. De beloofde schadeloosstelling valt vele jaren later vele guldens lager uit. De keerzijde van de inpoldering wordt, net als midden jaren ’50 van de vorige eeuw, ook nu weer naar de zijlijn verdrongen. Een enkeling legt de vinger op de zere plek: de drooglegging van de Zuiderzee en inpoldering waren de nekslag voor vele vissermannen, die geen inkomen meer hadden om hun gezinnen van te onderhouden en daarmee veroordeeld waren tot een nog armoediger bestaan.

Een van de mensen die deze keerzijde van ‘100 jaar Zuiderzeewet’ wil laten zien, is de Elburger historicus Willem van Norel. Zijn persoonlijke familiegeschiedenis blijkt aanknopingspunt voor redacteur Emiel Hakkenes voor een groot artikel in Trouw, getiteld ‘Feest met een schaduwkant’. Nadat het artikel op 12 juni 2018 is gepubliceerd, kloppen verschillende omroepen bij Hakkenes en Van Norel aan voor een interview of vraaggesprek aan hun tafel. Bij Omroep Gelderland wordt Van Norel op ludieke wijze ge├»ntroduceerd, en Van Norel kopt ‘em in. Het wordt een ontspannen interview. Van Norel krijgt, als kleinzoon van een van de vissermannen die toentertijd in actie kwam tegen de Zuiderzeewet, volop tijd om zijn verhaal te doen. Zelfs als de microfoon even uit staat tijdens het draaien van muziek, gaat het gesprek tussen de beide mannen verder. Het gesprek verloopt vlekkeloos en is goed getimed.

‘100 jaar Zuiderzee’ geeft genoeg stof tot nadenken, en nog steeds valt er veel over te zeggen. Het klopt dat het toerisme in Elburg is opgekomen nadat de visserlui hun schuiten hadden verkocht. Zoals de visserij vroeger de economische drijfveer voor de stad was, zo heeft het toerisme deze functie gaandeweg overgenomen. Voor de visserlui van toen was dat een ondenkbare situatie. Zij wisten niet beter dan dat de Zuiderzee hun bestaansbron was, want zo was het altijd geweest. Ze werden afgescheept door de overheid, zoals dat nu met de Groningers in het bevingsgebied gebeurt.

Je niet gehoord voelen, je niet gezien weten, dat doet wat met een mens. De een zal er luchtiger mee omgaan en er z’n schouders over ophalen; een ander houdt er slapeloze nachten aan over en raakt er de zin in het leven om kwijt. Dat er 100 jaar later ook oog en oor is voor de keerzijde van de gevolgen van de Zuiderzeewet, doet recht aan al die vissersfamilies die er toentertijd enorm door benadeeld zijn geweest. Zij kunnen het nu niet meer navertellen, daarom is het goed dat er nu opnieuw stem wordt gegeven aan hen die hieronder geleden hebben. Want aan elke medaille, hoe glanzend en schitterend dan ook, is nu eenmaal een keerzijde verbonden. Wat dat betreft, is er niets nieuws onder de zon.’